CRvB 14 november 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2441
Niet gebleken dat appellant tevens bezwaar heeft gemaakt tegen het e-mailbericht van 18 november 2010. De enkele verwijzing naar dat e-mailbericht in het bezwaarschrift is daarvoor onvoldoende. In de brief van 1 maart 2011 ontbreekt een uitdrukkelijke vaststelling dat appellant zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim en de in die brief gegeven waarschuwing moet als een normaal sturingsmiddel in de interne verhoudingen moet worden aangemerkt. De in de brief van 1 maart 2011 gegeven opdracht om gebruik te maken van de toegangspas bij het betreden en verlaten van het gebouw, is niet aan te merken als een normaal sturingsmiddel, maar als een dienstopdracht. De brief van 1 maart 2011 is aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Dat betekent dat de korpschef het daartegen gerichte bezwaar van appellant ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. De korpschef heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het dienstbelang, gelegen in zorgvuldige registratie van diensturen, optreden noodzakelijk maakte. De korpschef heeft in redelijkheid kunnen overgaan tot het geven van de dienstopdracht.
De uitspraak op rechtspraak.nl