CRvB 7 november 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2352
De Raad is van oordeel dat een toekenning van studiefaciliteiten, gelet op het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het AMAR niet achterwege had mogen blijven. Daarbij is van betekenis dat de loopbaanadviseur in zijn advies heeft neergelegd dat de opleiding van appellante kan worden gezien als een opleiding die ziet op de persoonlijke ontwikkeling ten behoeve van de verbreding van de loopbaanmogelijkheden van appellante. Voorts heeft appellante overtuigend betoogd dat het volgen van de opleiding haar kans vergroot op benoeming in een officiersfunctie dan wel op toelating tot de KMA. De Raad zal zelf in de zaak voorzien en met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb (oud) aan appellante studiefaciliteiten toekennen voor de HBO-opleiding Psychosociaal Counselor. Over de omvang van deze studiefaciliteiten dient de minister een apart besluit te nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl