CRvB 6 november 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2318
Vaststelling fictieve opzegtermijn. Op 2 mei 2011 is de vaststellingsovereenkomst ondertekend. Uit dit verloop volgt dat eerst op dat moment volledige overeenstemming bestond over de beëindiging van de dienstbetrekking. Dit moment valt samen met het voldaan zijn aan de eis van schriftelijkheid die in artikel 16, derde lid, vijfde volzin en onder c, van de WW is gesteld, zodat de fictieve opzegtermijn met ingang van die dag een aanvang heeft genomen.