CRvB 30 oktober 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2313

Vordering wegens meerinkomen over 2009. 1) Hoewel de eerste en tweede aangevoerde beroepsgrond in zekere mate met elkaar verweven zijn, lag separate beoordeling van de eerste beroepsgrond wel voor de hand. De rechtbank had deze beoordeling dan ook niet achterwege mogen laten. Vernietiging aangevallen uitspraak. 2) De vordering op grond van artikel 3.17, zevende lid, van de Wsf 2000 zoals dit gold ten tijde in geding is in haar beide onderdelen compensatoir van aard. Het gedeelte van de vordering op grond van onderdeel a is naar zijn aard proportioneel, het wordt immers bepaald door de hoogte van het meerinkomen en is gemaximeerd op het bedrag aan genoten beurs over het desbetreffende kalenderjaar. Het is vaste rechtspraak van de Raad dat de vordering op grond van onderdeel b een compensatoire vordering is ter grootte van het bedrag dat de overheid voor de OV-studentenkaart c.q. voor de vervangende reisvoorziening in geld heeft uitgegeven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen