CRvB 25 oktober 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2311

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat er per 6 september 2007 geen sprake is van arbeidsongeschiktheid uit dezelfde oorzaak, dat er geen medische noodzaak is voor het aannemen van urenbeperking en dat het verlies aan verdienvermogen 36,25% bedraagt. De rechtbank heeft echter ten onrechte geen onderscheid gemaakt tussen het beroep tegen besluit 1 en het beroep tegen besluit 2 en ten onrechte de intrekking van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht beoordeeld als een weigering van de WAO-uitkering. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep tegen besluit 1 voor zover dat is gericht tegen de ongegrondverklaring van het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren, omdat appellant bij deze beoordeling geen belang heeft gelet op het nadien genomen besluit 2 waarin het bezwaar alsnog gegrond is verklaard. Het beroep tegen besluit 1, voor zover daarin het primaire besluit van 28 september 2009 is ingetrokken, wordt ongegrond verklaard. Het beroep voor zover dat zich richt tegen besluit 2, wordt ongegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken