CRvB 29 oktober 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2250
Terugvordering van in het kader van de Bbz verstrekte bedrijfskapitaal en achterstallige rente. Matiging. Uit artikel 2, tweede lid, van het Bbz 2004 volgt dat bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal alleen kan worden verleend aan een zelfstandige en dat uit de definitie van een zelfstandige zoals neergelegd in artikel 1, onder b, van het Bbz 2004, waarin een leeftijd wordt genoemd, volgt dat een zelfstandige uitsluitend een natuurlijke persoon kan betreffen. Appellant is enig aandeelhouder en bestuurder van de holding, die enig aandeelhouder is van de besloten vennootschap, van welke besloten vennootschap appellant bestuurder is. Anders dan appellant meent, is de overeenkomst van geldlening aangegaan tussen de burgemeester van de gemeente Hilversum en appellant in persoon, aangeduid als de schuldenaar. Aan het feit dat daarin nog is opgenomen dat hij handelt als eigenaar van en als rechtsgeldig vertegenwoordiger van de besloten vennootschap, kan gelet op de verstrengeling van appellant met de besloten vennootschap en de holding niet de door appellant daaraan toegekende betekenis worden gehecht. Dat hij als persoon de lening is aangegaan blijkt ook uit de omstandigheid dat een deel van de lening is bestemd voor levensonderhoud.
De uitspraak op rechtspraak.nl