CRvB 11 oktober 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2204
Tussenuitspraak. Geen recht op WIA-uitkering. Niet is gebleken dat de verzekeringsartsen hun oordeel over de gezondheidssituatie van appellant hebben gevormd door andere dan medische argumenten. Het feit dat bij de verzekeringsgeneeskundige beoordeling niet expliciet naar de protocollen is verwezen, maakt de beoordeling nog niet onzorgvuldig. De bezwaarverzekeringsarts heeft onvoldoende deugdelijk gemotiveerd waarom hij is afgeweken van de door de primaire verzekeringsarts gegeven urenbeperking. Overleg was op zijn plaats geweest, temeer nu de bezwaarverzekeringsarts appellant weliswaar gezien en gesproken heeft tijdens de hoorzitting, maar niet zelf heeft onderzocht. De Raad draagt het Uwv het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Het Uwv dient alsnog op een adequate manier te motiveren waarom de bezwaarverzekeringsarts tot een bijstelling van de FML is gekomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl