CRvB 23 oktober 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2172
Naar aanleiding van de verantwoording van de besteding van het pgb heeft Agis bij besluit het pgb lager vastgesteld en een bedrag teruggevorderd. Agis heeft hieraan ten grondslag gelegd dat de door appellante ingekochte yogatherapie geen zorg betreft als bedoeld in de AWBZ en daarom niet vanuit het pgb kan worden gefinancierd. Agis ziet geen reden om op basis van de uit artikel 4:46 van de Awb voortvloeiende bevoegdheid van de terugvordering af te zien. De hoorplicht is door Agis geschonden en het besluit kan niet in stand blijven. De rechtbank heeft dit niet onderkend. Het beroep van appellante op het rechtszekerheidsbeginsel kan niet slagen. Agis heeft terecht vastgesteld dat appellante geen recht had op de aan haar betaalde voorschotten en dat dit bedrag onverschuldigd aan haar is betaald. Dit betekent dat Agis bevoegd is het onverschuldigd betaalde bedrag terug te vorderen. Agis heeft wel ten aanzien van de vaststelling een belangenafweging gemaakt, maar ten onrechte nagelaten om ook een belangenafweging ten aanzien van de terugvordering te maken. Ook om deze reden is het besluit gebrekkig. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit kunnen echter in stand blijven, nu Agis ter zitting heeft aangegeven gelet op het inkomen van appellante bereid te zijn een zeer soepele afbetalingsregeling te treffen.
De uitspraak op rechtspraak.nl