CRvB 1 oktober 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1914
De onderzoeksresultaten zijn voor het college aanleiding geweest om bij besluit de aan betrokkenen verleende bijstand in te trekken en de gemaakte kosten van bijstand van betrokkenen terug te vorderen. Aan deze besluitvorming ligt ten grondslag dat betrokkene 1 op geld waardeerbare werkzaamheden heeft verricht, die betrokkenen aan het college hadden moeten melden. De rechtbank heeft terecht geen reden gezien het beroep van betrokkenen niet-ontvankelijk te verklaren. Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat geen grond bestaat te kiezen voor een praktische oplossing waarbij het recht op bijstand wordt ingetrokken over de maanden waarin transacties met auto’s hebben plaatsgevonden en vervolgens over de resterende maanden het recht op bijstand wordt herzien aan de hand van de inkomsten uit handelsactiviteiten. De onderzoeksgegevens en de overige gegevens duiden namelijk niet op de incidentele verkoop van auto’s en incidentele andere activiteiten, maar geven blijk van een doorlopend geheel van activiteiten van verschillende aard, die door de tijd heen naast elkaar werden verricht. Betrokkenen zijn niet geslaagd in de op hen rustende bewijslast.
De uitspraak op rechtspraak.nl