CRvB 25 september 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1852

Bij besluit heeft het Uwv de aan appellant toegekende WW-uitkering herzien en de onverschuldigd betaalde WW-uitkering van appellant teruggevorderd op de grond dat appellant werkzaamheden heeft verricht en deze niet heeft doorgegeven aan het UWV. Ambtshalve wordt overwogen dat de hier aan de orde zijnde getrapte wijze van besluitvorming zich niet verdraagt met artikel 7:11 van de Awb, hieruit volgt dat op het bezwaar tegen een primair besluit met één besluit wordt beslist. Als vaststaand wordt aangenomen dat appellant van 12 april 2010 tot en met 23 september 2010 gedurende één uur per dag werkzaamheden heeft verricht in de zin van artikel 20, eerste lid, aanhef en onder a, van de WW. Zelf zal in de zaak worden voorzien door de WW-uitkering van appellant over de periode van 12 april 2010 tot en met 23 september 2010 met één uur per dag te herzien en door het bedrag van de terugvordering over deze periode vast te stellen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen