CRvB 11 september 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1734
Partijen worden verdeeld gehouden door het antwoord op de vraag welke arbeid hier heeft te gelden als maatstaf arbeid. Volgens vaste rechtspraak van de Raad moet bij de vaststelling van de ongeschiktheid tot werken worden uitgegaan van de feitelijk laatstelijk verrichte arbeid. Dat appellant dit werk slechts ongeveer zes weken heeft verricht en dat mogelijk sprake was van een proefplaatsing betekent gelet op artikel 19, vijfde lid, van de Zw niet dat die arbeid niet als zijn arbeid in de zin van de ZW is aan te merken.
De uitspraak op rechtspraak.nl