CRvB 29 augustus 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1597
Weigering terug te komen van terug te komen van het in rechte vaststaande besluit inhoudende weigering bindingspremie. Geen sprake van een nieuw feit in de zin van artikel 4:6 Awb. Geen sprake van een duuraanspraak. Het enkele feit dat de toekenning van de bindingspremie in de toekomst lag en afhing van een nog te leveren prestatie, is onvoldoende om wel van een duuraanspraak te spreken. Aanspraak op bindingspremie ontstaat op één bepaald moment, namelijk indien aan de voorwaarde ervoor wordt voldaan. Indien niet aan de voorwaarde wordt voldaan, bestaat geen recht op de premie, ook niet naar rato. Nu er geen sprake is van een duuraanspraak, behoefde de commandant het verzoek van appellant niet inhoudelijk in behandeling te nemen. Tot uitbetaling van een premie naar rato was de commandant ook niet gehouden uit zorgvuldigheidsoverwegingen.
De uitspraak op rechtspraak.nl