CRvB 7 augustus 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1417
12/5659 WW: In het onderhavige geval gaat het om een situatie waarbij het Uwv aan een uitkeringsgerechtigde abusievelijk een bedrag aan pensioenpremie heeft betaald dat niet alleen betrekking heeft op hem maar ook op een andere werknemer van zijn voormalige werkgever. Deze situatie valt onder de reikwijdte van artikel 36, eerste lid, van de WW. 12/6028 WW: Betrokkene wordt niet gevolgd in zijn standpunt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij niet betwist dat onverschuldigd aan hem is betaald. Het standpunt van betrokkene, dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen en geoordeeld dat hij niet bevoegd was tot verrekening, slaagt evenmin. Betrokkene wordt evenmin gevolgd in zijn standpunt dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen in stand heeft gelaten van het vernietigde besluit, voor zover dit ziet op de onverschuldigde betaling van de voor hem bestemde pensioenpremies (deel A). Er bestond geen aanleiding om het bestuursorgaan te veroordelen tot integrale vergoeding van de gemaakte proceskosten. 13/1246 WW: Het Uwv heeft terecht beslist dat betrokkene niet heeft aangetoond dat de berekende aflossingscapaciteit onjuist is.
De uitspraak op rechtspraak.nl