CRvB 19 juli 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1165
De rechtbank heeft met juistheid het standpunt van het Uwv onderschreven dat er onvoldoende verband bestaat tussen het onrechtmatige besluit en de schade die appellant als gevolg hiervan stelt te hebben geleden door de vertraagde uitbetaling van de WAO-hiaatverzekering door het bedrijfspensioenfonds. Wat betreft de schade die appellant heeft gevorderd in verband met het mislopen van re-integratiemogelijkheden, wordt geoordeeld dat appellant zijn claim niet nader heeft onderbouwd, zodat deze niet voor toewijzing in aanmerking komt. Ten aanzien van het verzoek van appellant om vergoeding van kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand ter hoogte van de daadwerkelijk gemaakte kosten wordt overwogen dat de Raad het Uwv heeft veroordeeld in de proceskosten van appellant, bestaande uit een vergoeding voor verleende rechtsbijstand. Het verzoek om schadevergoeding in verband met een overschrijding van de redelijke termijn wordt toegewezen. De overschrijding van de redelijke termijn wordt in haar geheel toegerekend aan de bestuurlijke fase en komt volledig voor rekening van het Uwv.
De uitspraak op rechtspraak.nl