CRvB 28 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY7872
Herziening van de aan betrokkenen toegekende ouderdomspensioenen voor een alleenstaande naar pensioenen voor een persoon die een gezamenlijke huishouding voert met een andere persoon. Betrokkenen hebben verzocht om toepassing van de uitzonderingsregel voor hulpbehoevendheid in de AOW. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat voor het maken van een onderscheid tussen AOW-gerechtigden die een gezamenlijke huishouding gaan voeren met een hulpbehoevende pensioengerechtigde, en degenen die een gezamenlijke huishouding gaan voeren met een hulpbehoevende niet-pensioengerechtigde, geen toereikende, objectieve en redelijke rechtvaardiging meer bestaat vanaf het moment dat de jongste partner pensioengerechtigd is geworden. Artikel 17, tweede lid, van de AOW in samenhang met artikel 14 van het EVRM moet worden verstaan dat eerstgenoemd artikellid, vanaf het moment waarop beide partners de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, ook van toepassing is op personen die al voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de jongste partner een gezamenlijke huishouding zijn gaan voeren en die voldoen aan de overige voorwaarden genoemd in dit artikellid. Nu tussen partijen niet in geschil is dat betrokkenen aan die voorwaarden voldoen, bestaat er geen grond voor de herziening.
De uitspraak op rechtspraak.nl