CRvB 20 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY7821
2) Hoogte WUV-uitkering gebaseerd op het levenspeil in Indonesië. Het gemaakte onderscheid tussen het levenspeil in Indonesië (rupiah-grondslag) en het levenspeil in Nederland (euro-grondslag) levert discriminatie op in de zin van artikel 26 IVBPR. Het met art. 8, lid 3 WUV nagestreefde doel is legitiem. Niet kan worden gesproken van een passend en noodzakelijk middel om de op zichzelf legitieme doelstelling te bereiken. In hetgeen door de staatssecretaris is aangevoerd, is geen grond om het met artikel 8, lid 3, onder b, WUV gemaakte onderscheid toch objectief gerechtvaardigd te achten. Met name is de gestelde complexiteit en onuitvoerbaarheid van het woonlandbeginsel volstrekt onvoldoende onderbouwd. 1) Ingangsdatum WUV-uitkering. De inschattingsfout is een aan verweerder toe te rekenen ambtelijke fout. Uitgaan van oorspronkelijke aanvraag en niet van herzieningsverzoek. Uitgaan van de termijn van maximaal vijf jaar terugwerkende kracht. 3) Overschrijding redelijke termijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl