CRvB 12 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY6061
Vaststelling definitieve jaarafrekening van de buitenlandbijdrage. Aan de overschrijding van de in de Regeling neergelegde termijn kan niet de consequentie worden verbonden dat de definitieve jaarafrekening - als een onbevoegd door Cvz genomen besluit - behoort te worden vernietigd. De rechtbank heeft terecht overwogen dat geen sprake is van een verval- of verjaringstermijn. Van schending van het rechtszekerheidsbeginsel is in dit geval geen sprake, nu betrokkene wist of redelijkerwijs kon weten dat er nog een definitieve vaststelling van de jaarafrekening zou plaatsvinden en de termijnoverschrijding niet van zodanig lange duur is dat zij hiermee redelijkerwijs geen rekening meer behoefde te houden. Voorts is niet gebleken dat betrokkene door de termijnoverschrijding van één dag nadeel heeft geleden, nu Cvz heeft afgezien van het in rekening brengen van wettelijke rente. De Raad is van oordeel dat het betoog van betrokkene met betrekking tot het keuzerecht onder verwijzing naar een arrest van het Hof niet slaagt.
De uitspraak op rechtspraak.nl