CRvB 13 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY6052

Tussenuitspraak. Uit de verklaringen komt naar voren dat B bij diverse gelegenheden in aanwezigheid van (onder meer) appellanten heeft gesproken over de onder het personeel van de penitentiaire inrichting ontstane onvrede naar aanleiding van de circulaire. In deze verklaringen leest de Raad in elk geval een stellig geformuleerde toezegging door B dat iedereen, dus ook het zittend personeel, opnieuw zou worden ingeschaald en dat ook dit personeel in aanmerking kwam voor (twee) extra periodieken, althans ophoging van het salaris. Dit rechtvaardigt de conclusie dat van de kant van de minister aldus uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen zijn gedaan die bij appellanten gerechtvaardigde verwachtingen hebben gewekt. De minister heeft het beroep van appellanten op het vertrouwensbeginsel daarom ten onrechte verworpen. Draagt de minister op het gebrek in het besluit te herstellen. De minister dient nader te bezien welke consequenties voor elk van appellanten moeten worden verbonden aan hetgeen de Raad heeft overwogen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen