CRvB 11 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY6015
Weigering materiële schadevergoeding voor verlies van inboedel/huisraad, voor (her)inrichtingskosten, verhuiskosten, opslagkosten alsmede woonkosten voor de tijd dat appellant nog niet over een nieuwe woning beschikt en weigering immateriële schadevergoeding, onder meer wegens gederfd woongenot. Onrechtmatig besluit. Er is sprake van processuele en materiële connexiteit. Aansluiting zoeken bij het civielrechtelijk schadevergoedingsrecht. De door appellant opgevoerde materiële kosten hebben zonder uitzondering betrekking op vergoeding van schade wegens vertraging in de voldoening van een geldsom. Dit brengt mee dat, naast de reeds toegekende wettelijke rente, in dit geval voor zelfstandige vergoeding van deze kosten geen plaats is. Niet aannemelijk is gemaakt dat de door appellant gestelde strafrechtelijke vervolging verband houdt met het onrechtmatige besluit, zodat reeds daarom geen grond voor immateriële schadevergoeding bestaat. Voor het overige is zeker niet ondenkbaar dat bij appellant onvrede of psychisch onbehagen is ontstaan door de onrechtmatige intrekking van zijn bijstandsuitkering. Appellant is er echter niet in geslaagd aannemelijk te maken dat hij daar zodanig onder heeft geleden dat sprake is van geestelijk letsel dat kan worden beschouwd als een ernstige inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer dan wel op andere persoonlijkheidsrechten als bedoeld in artikel 6:106, eerste lid, van het BW.
De uitspraak op rechtspraak.nl