CRvB 29 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY4640
1) Het tijdelijk opdragen van andere werkzaamheden. Appellant heeft ook in hoger beroep niet aannemelijk gemaakt dat de commandant zijn bevoegdheid zou hebben aangewend voor een ander doel dan waarvoor zij is verleend en dat met name een arbeidsconlict met appellant de eigenlijke grond zou zijn voor de bestreden besluitvorming. Appellant heeft niets aangevoerd wat erop zou kunnen duiden dat de tijdelijk opgedragen werkzaamheden niet passend zijn. De door appellant gewenste rehabilitatie en plaatsing met voorrang op een gelijkwaardige functie binnen het ministerie van Defensie valt niet binnen de reikwijdte van deze procedure. 2) Inschaling van appellant en de wettelijke rente. Artikel 40 van de Beleidsregel aanstelling, functietoewijzing en bevordering defensie met betrekking tot de gebruikelijke paardensprong (één stap naar rechts naar de naasthogere schaal, en één stap naar beneden in die nieuwe schaal), is terecht niet van toepassing geacht. Ingangsdatum van de wettelijke rente. Niet tijdig aanwenden van rechtsmiddelen. Appellant is niet tekort gedaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl