CRvB 27 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY4470

Terugvordering leenbijstand voor bedrijfskapitaal inclusief rente en voor de gemaakte kosten van levensonderhoud. Nu appellant in strijd met de op hem rustende verplichting geen administratie heeft overgelegd, kan door het niet bekend zijn van zijn inkomen over 2008 de hoogte van de bijstand niet definitief worden vastgesteld en kon niet worden vastgesteld of de aan appellant over 2008 verleende leenbijstand voor de kosten van levensonderhoud moet worden omgezet in bijstand om niet. Het college heeft daarom de over 2008 verleende leenbijstand voor de kosten van levensonderhoud terecht op grond van artikel 45, eerste lid, aanhef en onder b, van het Bbz 2004 van appellant teruggevorderd. Anders dan het college is de Raad van oordeel dat artikel 45, eerste lid, aanhef en onder b, van het Bbz 2004 in dit geval geen grondslag biedt voor de terugvordering van de gemaakte kosten van leenbijstand voor bedrijfskapitaal. Niet voldaan is aan de voorwaarde dat als gevolg van het niet nakomen van de verplichting om over 2008 een administratie over te leggen, de leenbijstand voor bedrijfskapitaal ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend. Het college heeft immers, ook ter zitting van de Raad, niet bestreden dat de leenbijstand voor het bedrijfskapitaal naar behoren is besteed. Dit neemt niet weg dat, gelet op artikel 47 van het Bbz 2004, de leenbijstand voor het bedrijfskapitaal terecht is teruggevorderd, nu appellant zich niet heeft gehouden aan de verplichting, opgenomen in het besluit van 13 december 2007 en de daarbij behorende schuldbekentenis van appellant, om met ingang van 1 december 2008 maandelijks een bedrag van € 168,75 af te lossen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen