CRvB 22 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY4284
Inpassing van functie in schaal 9 en verhoging van de compensatie voor het door appellant geleden nadeel van € 37.862,06 tot € 45.000,-. Vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift van appellant door het college tot aan het moment waarop de procedure met deze uitspraak tot een einde komt, zijn twaalf jaar en ruim negen maanden verstreken. Daarmee is de redelijke termijn van vier jaar voor een procedure in drie instanties in zaken zoals deze overschreden met acht jaar en ruim negen maanden. Door appellant is bevestigd dat daarvan in ieder geval een periode van twee jaar en ruim negen maanden voor zijn rekening dient te komen vanwege vertraging bij zijn toenmalige gemachtigde in de aanlevering van informatie. Blijft over een mogelijke overschrijding van de redelijke termijn van net iets meer dan zes jaar. Wat betreft de hoogte van de voor de overschrijding toe te kennen schadevergoeding wordt in het algemeen een vergoeding gepast geacht van € 500,- per half jaar of gedeelte daarvan waarmee de redelijke termijn is overschreden. Een eventueel aan appellant toekomende schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn zou, gelet op al het voorgaande, ten hoogste € 6.500,- kunnen bedragen. De compensatie die het college appellant heeft geboden met de ophoging van de hem toegekende nabetaling van € 37.862,06 naar € 45.000,-, overtreft dit bedrag. Met deze ophoging heeft het college, behalve genoegdoening voor de lange duur van afhandeling van de zaak, ook op voorhand compensatie voor eventuele rekenfouten willen bieden. Nu dergelijke fouten door appellant niet zijn gesteld en daarvan ook anderszins niet is gebleken, valt het door het college toegekende bedrag in zijn geheel toe te schrijven aan de lange behandelingsduur van de zaak, en dus aan de overschrijding van de redelijke termijn. Appellant is aldus in dit opzicht niet tekort gekomen. Daarom wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.