CRvB 6 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY2713

Betrokkene heeft in zijn verweerschrift aangevoerd dat appellant geen procesbelang heeft. In het hoger beroep ligt de vraag voor of de afwijzing van het verzoek om toestemming voor het gebruik van een briefadres al dan niet een besluit is in de zin van art. 1:3 lid 1 Awb. Het belang voor appellant bij de beantwoording van deze vraag is om uitgesproken te krijgen of het de bevoegdheid heeft een besluit te nemen over de gevraagde toestemming dan wel om slechts een informatieve mededeling daarover te doen uitgaan. In dat kader zal appellant het rechtskarakter van bedoelde afwijzing aan de orde moeten kunnen stellen. Reeds om die reden heeft appellant een procesbelang bij de beoordeling van het door hem ingediende hoger beroep. Een reactie van appellant op een verzoek om toestemming voor het gebruik van een briefadres is als zodanig niet op zelfstandig rechtsgevolg gericht en kan daarom niet worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in art. 1:3 lid 1 Awb. Wanneer appellant ertoe zou overgaan aan het al dan niet beschikken over een postadres gevolgen voor de verlening van bijstand te verbinden, zou de daartoe strekkende beslissing wel gericht zijn op rechtsgevolg. Vergelijk CRvB, 15-12-2009, 09/1004 WWB (LJN: BK7220). Zoals appellant terecht heeft aangevoerd, doet in dit geval de situatie zich niet voor dat aan het niet beschikken over een briefadres gevolgen voor de verlening van bijstand worden verbonden. Ten onrechte heeft de Rb. geoordeeld dat die situatie zich wel voordoet vanwege de mededeling in de brief dat betrokkene geen recht op bijstand heeft en dat het recht op het gebruik van een briefadres uitsluitend is toegestaan aan personen met een bijstandsuitkering. Immers, appellant heeft de bijstandsaanvraag van betrokkene bij afzonderlijk besluit afgewezen, omdat betrokkene onvoldoende duidelijkheid had verschaft over zijn woon- en leefsituatie, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Het niet kunnen beschikken over een briefadres heeft daarbij geen rol gespeeld. Hieruit volgt dat de afwijzing van het verzoek van betrokkene om toestemming voor het gebruik van een briefadres niet op rechtsgevolg is gericht en dus geen besluit is in de zin van art. 1:3 lid 1 Awb.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen