CRvB 8 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY2703

Toekenning periodieke WUV-uitkering als weduwe. Terugwerkende kracht. Weliswaar is verweerder na het overlijden van de echtgenoot van appellante tekortgeschoten door haar niet te wijzen op haar mogelijke recht op uitkering op grond van de WUV, maar dat betekent niet dat over de volledige periode vanaf het overlijden tot aan de aanvraag alsnog uitkering dient te worden verstrekt. Volgens vaste rechtspraak zijn financiële aanspraken jegens de overheid op grond van de rechtszekerheid na een termijn van vijf jaar niet meer in rechte afdwingbaar. Dat verweerder onvoldoende voorlichting heeft gegeven aan appellante, maakt niet dat appellante zelf in het geheel niet in actie had kunnen komen en op geen enkele wijze naar haar mogelijke aanspraken had kunnen informeren. De Raad ziet dus geen aanleiding om te oordelen dat verweerder zich ten onrechte op deze verjaring heeft beroepen en in dit geval een langere terugwerkende kracht aan de toekenning van de uitkering had moeten verlenen dan de, vanwege de eerder genoemde tekortkoming, toegepaste terugwerkende kracht van vijf jaar. Geen vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in bezwaar. Geen door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Dat de kleinzoon jurist is, wil nog niet zeggen dat hij van het verlenen van juridische bijstand zijn beroep heeft gemaakt, althans dat het verlenen van rechtsbijstand een vast onderdeel vormt van een duurzame, op het vergaren van inkomsten gerichte taakuitoefening.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen