CRvB 23 oktober 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY2110

Brutering terugvordering bijstand. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het niet aan appellante valt te verwijten dat zij over 2007 teveel bijstand heeft ontvangen, nu dit het gevolg is geweest van de latere herziening van de voorlopige teruggaaf 2007 Inkomstenbelasting/ Premie volksverzekeringen door de Belastingdienst. Anders dan het college en de rechtbank is de Raad van oordeel dat appellante evenmin verwijt treft dat zij op 31 december 2008 nog niet het volledige bedrag aan teveel verstrekte bijstand aan het college had terugbetaald. Het college is immers zelf - kennelijk met instemming van appellante en ter uitvoering van een betalingsregeling - eerst in april 2008, nadat in de daaraan voorafgaande periode de volledige aflossingscapaciteit was aangewend voor terugbetaling van bijzondere bijstand, begonnen met inhouding van het maximaal mogelijke bedrag op de bijstand van appellante. Uit de stukken blijkt niet dat het college appellante er op enig moment, bij het terugvorderingsbesluit of nadien, op heeft gewezen dat, voor zover de schuld niet op 31 december 2008 zou zijn afgelost, het restant zou worden gebruteerd en dus per saldo meer zou moeten worden terugbetaald. Het college heeft niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot brutering gebruik kunnen maken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen