CRvB 30 oktober 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY1861
Herziening en (mede)terugvordering bijstand. Zoals de Raad eerder heeft overwogen, ook ten aanzien van het vóór 1 januari 2004 geldende recht (CRvB, 2 maart 1999, LJN ZB8148 en 29 mei 2007, LJN BA7747), volgt uit de geschiedenis van de totstandkoming van de art. 18 lid 1 en 4, art. 27 en art. 30 WWB dat uit Toeslagenverordening Wet werk en bijstand moet blijken voor welke categorieën een verhoging of verlaging van de landelijke bijstandsnormen plaats vindt en tevens op grond van welke criteria het bedrag van die verhoging of verlaging wordt vastgesteld. De verordening moet daarom een zodanig karakter hebben dat de belanghebbenden daaruit concreet kunnen aflezen welke verhoging of verlaging in hun situatie geldt. Een bepaling in de verordening waarbij in feite het aangeven van categorieën en criteria in gevallen, waarin de verordening niet voorziet, wordt overgelaten aan burgemeester en wethouders, is daarmee in strijd. De rechtbank heeft dus terecht artikel 9 van de tot 1 januari 2005 geldende gemeentelijke Verordening algemene bijstandsnormen en artikel 12 van de vanaf die datum geldende Toeslagenverordening Wet werk en bijstand, volgens welke het college van burgemeester en wethouders - kort gezegd - de norm of de toeslag kunnen verhogen en verlagen in situaties waarin de verordeningen niet voorzien, onverbindend verklaard. Daarom heeft de rechtbank de bestreden besluiten, die berusten op de toepassing van die bepalingen, terecht vernietigd. De bestreden besluiten zijn ook niet in overeenstemming met artikel 13, eerste lid, van de Awb én artikel 18, eerste lid, van de WWB genomen, omdat appellant de bijstand heeft herzien door daarop de wooncomponenten in mindering te brengen en niet de gehele situatie wat betreft de omstandigheden, de mogelijkheden en de middelen van betrokkene I en II in ogenschouw te nemen. Zo heeft appellant onder meer geen acht geslagen op de werkelijke woonkosten die betrokkene I en II gemaakt hebben, waaronder, naar betrokkene I heeft gesteld, ook de kosten die normaliter voor rekening van de eigenaar van een pand komen.
De uitspraak op rechtspraak.nl