CRvB 25 oktober 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY1275

Tussenuitspraak. 1) Disciplinair ontslag wegens ernstig plichtsverzuim, bestaande uit het gebruiken van een justitiële document dat in een strafrechtelijke context is opgemaakt, voor privé-doeleinden. Dubbel hoger beroep. Onvoldoende zorgvuldige voorbereiding, aangezien geen nader onderzoek is gedaan naar de toerekenbaarheid van het plichtsverzuim. 2) Subsidiair ontslag gebaseerd op onherstelbaar verstoorde verhoudingen. Bij betrokkene is sprake van voortdurend verwijten en beschuldigingen jegens verscheidene leidinggevenden. Herstel van een normale werkverhouding is niet meer te verwachten. Dit is door betrokkene ook niet gemotiveerd weersproken. De Raad kan dan ook tot geen andere conclusie komen dan dat het bestuur bevoegd was betrokkene, vanwege onherstelbaar verstoorde verhoudingen, op grond van artikel 99, eerste lid, van het ARAR te ontslaan, met dien verstande dat bij zo’n ontslag op grond van artikel 99, tweede lid, van het ARAR een uitkering moet worden verleend die ten minste gelijk is aan het voor de ambtenaar geldende totaal van uitkeringen berekend op basis van de Werkloosheidswet (WW) en het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk, als ware er als gevolg van het ontslag geen sprake van verwijtbare werkloosheid als bedoeld in artikel 24 van de WW. Nu het bestuur heeft nagelaten een dergelijke voorziening te treffen, kleeft aan het subsidiair verleende ontslag een gebrek. De Raad draagt het bestuur op de gebreken in het bestreden besluit te herstellen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen