CRvB 16 oktober 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY0903
Geen aanspraak op vergoedingen als bedoeld in artikel 16a van de RDD, omdat de door appellant bewoonde legeringsruimte bij de GGW niet kan worden aangemerkt als ‘hotelvoorziening’ als bedoeld in artikel 16a van de RDD. 1) Ambtshalve. Prematuur bezwaar. Bezwaar terecht ontvankelijk verklaard. Appellant kon redelijkerwijs menen dat het besluit reeds tot stand was gekomen, althans dat twijfel over de vraag of zulks het geval was niet ten nadele van appellant mag werken. 2) De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank. De rechtbank heeft geen onjuiste uitleg gegeven aan artikel 16a van de RDD door te overwegen dat het begrip hotelvoorzieningen letterlijk - overeenkomstig de normale betekenis van de term hotel - moet worden uitgelegd. De tekst van artikel 16a van de RDD is op dit punt zodanig helder geformuleerd dat deze slechts voor één uitleg vatbaar is.
De uitspraak op rechtspraak.nl