CRvB 4 oktober 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX9257

Afwijzing aanvraag toekenning op grond van de Wubo: appellante had ten tijde van de aanvraag niet de Nederlandse nationaliteit. Er is onvoldoende gebleken van een weging om te bepalen of er sprake is van zeer bijzondere omstandigheden. Het bestreden besluit berust niet op een deugdelijke motivering.Verweerder onderscheidt een aantal groepen van mogelijke aanvragers. Appellant valt in groep I: personen die vanuit Nederland zijn geëmigreerd. Voor deze groep I waartoe de Raad zich hier beperkt wordt gekeken naar: A. Aard en ernst van de oorlogsomstandigheden. Als bijzondere omstandigheid worden aangemerkt ernstige verminking door oorlogsgeweld of opname in een psychiatrische inrichting als gevolg van oorlogsgebeurtenissen. B. De reden van emigratie. De reden van vestiging in het buitenland moet zijn gelegen in een stringente medische noodzaak, aangetoond op basis van objectieve medische gegevens, die een gevolg is van uit de oorlogsgebeurtenis voortvloeiende gezondheidsproblemen. C. De reden van het verlies van de Nederlandse nationaliteit. Er moet sprake zijn van omstandigheden buiten de macht van de aanvrager, waardoor deze op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, juncto het vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) het Nederlanderschap heeft verloren, dan wel op grond van artikel 9 of artikel 15 (lees: artikel 26) van de RWN geen gebruik heeft kunnen maken van de mogelijkheid tot het herkrijgen van de Nederlandse nationaliteit. D. Overige omstandigheden. Hierbij worden de sociale en financiële omstandigheden beoordeeld. Het leven ver onder het sociaal minimum of een schrijnende vereenzaming worden onder andere als bijzondere omstandigheden aangemerkt. De door verweerder genoemde criteria zijn op zichzelf aanvaardbaar. Niet met een redelijke beleidsbepaling te verenigen is echter de koppeling die verweerder heeft gelegd tussen de criteria onder B en C enerzijds, en de criteria onder A en D anderzijds. Het nieuw geformuleerde beleid kan de rechterlijke toetsing niet doorstaan. De Raad stelt echter tevens vast dat appellante geen feiten of omstandigheden naar voren heeft gebracht die wijzen op een situatie zoals onder 3.2.1 of 3.2.2 bedoeld. Rechtsgevolgen vernietigde besluit blijven in stand.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen