CRvB 3 oktober 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX9248
Vaststelling verschuldigde bijdrage Zorgverzekeringswet. Appellant heeft tegen het besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft aangevoerd dat hij voor en na 2007 voor zijn ziektekosten ononderbroken verzekerd is geweest bij IAK en dat hij alle premies steeds nauwgezet heeft betaald. Het is hem onduidelijk wat het probleem is.Appellant ontvangt sinds 1 januari 2004 een vervroegd pensioen ten laste van de Stichting Philips Pensioenfonds (hierna: Philips-pensioen). Hij woont in België en is daar na zijn vervroegde pensionering nog werkzaam geweest tot 8 april 2006. Met ingang van die datum staat hij ingeschreven bij de Christelijke Mutualiteit Oostende ten laste van Nederland. Vanaf 1 januari 2009 ontvangt hij een Belgisch pensioen en is de inschrijving ten laste van Nederland beëindigd. De aan appellant opgelegde buitenlandbijdrage kan niet worden aangemerkt als een premie voor een ziektekostenverzekering, maar als een wettelijk geregelde sociale bijdrage voor de kosten van een deel van het Nederlandse sociale zorgstelsel, zodat de door hem betaalde premies voor zijn verzekering bij IAK daarmee niet kunnen worden verrekend. De Raad stelt verder vast dat appellant met ingang van 8 april 2006 en mitsdien ook in het jaar 2007 niet meer werkzaam is geweest. Daardoor was met ingang van 8 april 2006 geen sprake van een prevalerend recht op medische zorg ten laste van België en was appellant met ingang van die datum - en dus ook in het jaar 2007 - op grond van Vo. 1408/71 verdragsgerechtigd op medische zorg in zijn woonland overeenkomstig het in dat land geregelde pakket, ten laste van Nederland. Appellant is omstreeks december/januari 2006 in algemene termen geïnformeerd over de gevolgen van de inwerkingtreding van de Zvw. Indien dat vragen over zijn rechtspositie heeft opgeworpen, had het op de weg van appellant gelegen om daar informatie over in te winnen. Eventuele onduidelijkheid daarover kan er niet toe leiden, dat geen buitenlandbijdrage mag worden opgelegd. Deze Raad wijst erop dat deze bijdrage imperatief wettelijk verschuldigd is.
De uitspraak op rechtspraak.nl