CRvB 20 september 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX8111
Ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door appellant beklede ambt, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. Gewijzigde bedrijfscultuur. Er is herhaaldelijk aan appellant duidelijk gemaakt wat van hem werd verlangd. Ter zitting heeft appellant bevestigd dat hij iedere donderdag verantwoordelijk was voor het met heet water doorspoelen van een aantal legionellapunten in de PIA. Een van deze legionellapunten betrof de bovengenoemde calamiteitendouche. Uit het rapport van HydroScope is gebleken dat deze douche gedurende acht maanden niet was gespoeld en dat de draaiknop defect was. Appellant heeft in dit kader aangevoerd dat hij het spoelen van de douche had overgelaten aan een medewerkster van de wasruimte. Deze medewerkster had hem toegezegd de douche iedere donderdag te spoelen. Appellant heeft volgens zijn stelling iedere week aan haar gevraagd of de douche gespoeld was, waarop de medewerkster iedere week bevestigend antwoordde. Hierop vulde appellant steeds op de daartoe bestemde lijst in dat hij de betreffende douche gespoeld had. Ter zitting van de rechtbank heeft de medewerkster echter verklaard dat appellant haar nooit heeft gevraagd of zij had gespoeld. Voldoende aannemelijk dat appellant niet voldeed aan de gestelde eisen. Ontzegging toegang tot alle dienstgebouwen en dienstlokalen. Vaststaat dat er begin maart 2008 de aanwezigheid van de legionellabacterie was vastgesteld, bij welk ontstaan appellant een nauwe betrokkenheid had. In het belang van de dienst geacht dat appellant niet aanwezig was. Gelet op ernst van de gebeurtenis en het belang van de minister een onderzoek in te stellen buiten appellants aanwezigheid, heeft de minister in redelijkheid gebruik kunnen maken van zijn bevoegdheid
De uitspraak op rechtspraak.nl