CRvB 13 september 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX7280

Afwijzing tegemoetkoming in de kosten van huishoudelijke hulp: de medische indicatie voor de gevraagde voorzieningen is niet gelegen in de psychische klachten maar in niet aan de dienst gerelateerde - lichamelijke - aandoeningen van appellant. Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting stelt de minister zich op het standpunt dat, waar het gaat om psychische invaliditeit, van een medische dan wel sociaal-medische indicatie voor huishoudelijke hulp slechts bij hoge uitzondering sprake is. De minister heeft nader uiteengezet dat daartoe sprake moet zijn van ernstige psychische beperkingen, met name in de zin van algehele apathie of verwardheid, zelfverwaarlozing of ernstige fobische klachten, die het verrichten van huishoudelijke taken (nagenoeg) onmogelijk maken. Weliswaar is dit standpunt niet neergelegd in een op schrift gestelde en bekend gemaakte beleidsregel als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), maar aannemelijk is geworden dat het hier gaat om een in de praktijk gegroeide gedragsregel, die door de minister stelselmatig wordt toegepast. De Raad acht die gedragsregel op zichzelf niet in strijd met een redelijke uitleg van artikel 3 van de Regeling. Gelet op artikel 4:82 van de Awb kan de minister ter motivering van een besluit niet volstaan met naar de vaste gedragsregel te verwijzen. Dit neemt echter niet weg dat de minister bij de motivering van het bestreden besluit de inhoud van deze regel tot uitgangspunt mocht nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen