CRvB 31 juli 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX7178
Afwijzing aanvraag langdurigheidstoeslag: inkomen hoger dan de bijstandsnorm. De gedingstukken bieden geen aanknopingspunten om aan te nemen dat het standpunt van het college dat appellant in (een substantieel gedeelte van) de referteperiode heeft beschikt over een maandinkomen dat hoger is dan de voor hem geldende bijstandsnorm, feitelijk onjuist is. Appellant heeft bij zijn aanvraag weliswaar een maandinkomen aan WAO-uitkering opgegeven dat € 40,-- lager ligt dan het bedrag waarvan het college is uitgegaan, maar dat wordt veroorzaakt door op de WAO-uitkering van appellant tot dat bedrag gelegd beslag. Het college heeft terecht met dat beslag geen rekening gehouden bij de bepaling van het netto-maandinkomen van appellant. Het college heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het enkele feit dat het maandinkomen van appellant slechts in geringe mate hoger is geweest dan de bijstandsnorm in dit geval, waarin het inkomen structureel hoger is, geen grond oplevert om af te wijken van de Verordening. Dat zou wellicht anders kunnen liggen in gevallen waarin sprake is van een in de referteperiode voorkomende incidentele geringe overschrijding van de bijstandsnorm of van te verwaarlozen bedragen.