CRvB 5 september 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX7081
Twaalf maandelijks nar-uitkering per jaar uitbetaald in het kader van een non-activiteitesovereenkomst: in mindering gebracht op WW-uitkering, WW-uitkering niet tot uitbetaling gekomen. Betrokkene is werkloos geworden doordat de functie die hij vervulde verviel en een andere passende functie voor hem niet beschikbaar was. De overeenkomst bevat een regeling ter compensatie van betrokkene voor het wegvallen van zijn inkomen in de periode tussen de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en de dag waarop hij een ouderdomspensioen op grond van het Pensioenreglement 2006 van de werkgever zou gaan ontvangen.De uitkering heeft een individueel karakter en betrokkene heeft invloed gehad op de inhoud ervan. De overeenkomst moet daarom worden gezien als een overeenkomst ter beëindiging van het geschil tussen betrokkene en zijn werkgever over het voortduren van de arbeidsovereenkomst en de door betrokkene te verrichten arbeid alsmede ter regeling van de financiële gevolgen voor betrokkene van het vervallen van diens inkomsten uit arbeid. De Raad wijst er in dit verband nog op dat de inhoud van de overeenkomst het mogelijk maakt dat de nar-uitkering als aanvulling op een WW-uitkering kan worden verstrekt. De overeenkomst moet als een afvloeiingsregeling moet worden gekarakteriseerd. Zoals de toelichting op het Besluit aangeeft moet anticumulatie achterwege blijven van hetgeen aan uitkering in het kader van een dergelijke regeling wordt ontvangen.
De uitspraak op rechtspraak.nl