CRvB 5 september 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX6532

Faillissement werkgever. Afwijzing overname van achterstallige pensioenpremie over de periode van 18 december 2009 tot en met 21 mei 2010 door Uwv. Het Uwv heeft gesteld dat appellant van het niet overnemen van pensioenpremie over deze periode geen geldelijk nadeel zal kunnen ondervinden, omdat hij ook indien geen premies zijn afgedragen pensioenrechten kan claimen. Anders dan het Uwv heeft betoogd volgt dit echter niet uit de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000. Aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 64, eerste lid, aanhef en onder c, van de WW is voldaan over de periode van 18 december 2009 tot en met 16 mei 2010, omdat de werkgever op grond van artikel 4 van de Wet verplichting deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds, in samenhang bezien met de statuten en het toepasselijke pensioenreglement van het pensioenfonds, gehouden was de pensioenpremie voor appellant als deelnemer te voldoen. Over de periode van 17 mei 2010 tot en met 21 mei 2010 (de datum waartegen de curator de dienstbetrekking van appellant heeft opgezegd) bestaat geen recht op overneming. Op grond van artikel 68, tweede lid, in verbinding met artikel 20, eerste lid, aanhef en onder b, van de WW eindigt het recht op overneming vanaf het moment dat de dienstbetrekking tijdens de opzegtermijn door werkaanvaarding bij een andere werkgever is geëindigd en van werkloosheid niet langer sprake is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen