CRvB 22 augustus 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX5845
Terugvordering WW-uitkering. Verblijf buiten Nederland. Het bestreden besluit heeft een motiveringsgebrek. Het Uwv is er ten onrechte ervan uitgegaan dat aan het verblijf van appellante in Nederland op verschillende dagen in de periode van 10 november 2006 tot 1 september 2007 geen betekenis toekomt. Vernietiging aangevallen uitspraak. De bij het fraudeonderzoek verzamelde gegevens bieden een voldoende basis om aan te nemen dat appellante steeds daags na een of meer in Nederland verrichte handelingen weer naar Spanje is gereisd en daar heeft verbleven tot het moment waarop uit het verrichten van een of meer handelingen in Nederland een volgende beëindiging van haar verblijf in Spanje kan worden afgeleid. In het licht van de verzamelde gegevens is het aan appellante om aan te tonen dat rondom de door haar in Nederland verrichte handelingen van een langer verblijf in Nederland sprake is geweest. In dat bewijs is appellante niet geslaagd. Voor zover de dagen dat appellante volgens de beschikbare gegeven is Nederland heeft verbleven niet een zaterdag of zondag zijn, heeft appellante over die dagen recht op WW-uitkering behouden. Dat betekent dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit niet in stand kunnen blijven. De Raad voorziet zelf in de zaak door zelf het recht op WW-uitkering vast te stellen en dit bedrag op het terugvorderingsbedrag in mindering te brengen.
De uitspraak op rechtspraak.nl