CRvB 10 augustus 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX4612

Tweede tussenuitspraak. Ter uitvoering van de tussenuitspraak (LJN BU9922) van de Raad heeft het Uwv een nadere toelichting verstrekt. Maatmanloon. Verschuldigdheid van pensioenpremie in het wachtjaar was niet aan de orde zodat in dat jaar, anders dan appellante betoogt, niet kan worden gesproken van het terzake genoten hebben van een voordeel uit dienstbetrekking. Gelet op de beschikbare gegevens had het Uwv het bovenmatige aandeel van [werkgever 1] in de pensioenpremie ten behoeve van appellante - zijnde het in de branche gebruikelijke aandeel van de werknemer - in het maatmaninkomen moeten betrekken. Het maatmaninkomen van appellante, voor zover betrekking hebbend op de data bij de besluiten 1 en 2 in geding, dient te worden herberekend op basis van de voor de inwerkingtreding van het Schattingsbesluit gebruikelijke actualisering tot de datum met ingang waarvan op basis van de regels van de betreffende elkaar eventueel in de tijd opvolgende Schattingsbesluiten had moet worden geïndexeerd. Dagloon. Voor de vaststelling van het dagloon van appellante vanaf 17 juli 2006 dient - in lijn met zijn uitspraak van 28 juni 1985 (RSV 1986/55) - artikel 9 van de Dagloonregelen te worden gevolgd. De berekening van het Uwv dient volgens de Raad te worden gevolgd en niet die van appellante, nu haar berekening niet in alle opzichten inzichtelijk is. De Raad acht het aangewezen dat het Uwv de gebreken in de besluiten 1, 2 en 3, zoals die ondanks de reactie van het Uwv op de tussenuitspraak nog steeds bestaan, herstelt door het nemen van nieuwe besluiten op de bezwaren van appellante.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen