CRvB 25 juli 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX4324
Afwijzing aanvraag voor hulp in het kader van de WMO dan wel op grond van buitenwettelijk beleid. Nog daargelaten de vraag of - gelet op de mate van kwetsbaarheid van verzoeker - artikel 8 van het EVRM het college in de periode van april 2011 tot juni 2011 tot enige vorm van maatschappelijke opvang dwingt, acht de voorzieningenrechter, zo hiervan wel sprake zou zijn, het toegekende bedrag van € 375,-- dat appellant ontving uit het gemeentelijk Fonds Gevolgen Vreemdelingenwetgeving in de gegeven omstandigheden als voorziening voor tijdelijke opvang - bijvoorbeeld door het huren van een kamer - in ieder geval toereikend. Ten aanzien van de periode van 15 juni 2011 tot februari 2012 geldt dat verzoeker uitstel van vertrek ingevolge artikel 64 Vw is verleend. Voor de onderhavige situatie is komen vast te staan dat verzoeker in aanmerking kwam voor een opvangvoorziening. Verzoeker heeft, zoals ter zitting van de voorzieningenrechter werd bevestigd door zijn gemachtigde, om hem moverende redenen geen gebruik gemaakt van de door het COA aangeboden opvangvoorziening. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit voor risico van verzoeker komt. Onder deze omstandigheden is er geen sprake van een noodzaak tot maatschappelijke opvang. Bevestiging aangevallen uitspraak en afwijzing verzoek om voorlopige voorziening.
De uitspraak op rechtspraak.nl