CRvB 7 augustus 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX3805

Maandelijkse inhouding op de bijstandsuitkering in verband met vordering. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Appellant heeft redelijkerwijs moeten weten dat de brief van 14 augustus 2006 waarin aan appellant is meegedeeld dat de aan appellant opgelegde vordering zal worden afgeboekt haaks staat op de uitspraak van de Raad van 2 augustus 2005. Het lag dan ook op de weg van appellant om de juistheid van de inhoud van de brief te verifiëren bij het college, mede omdat in de brief niet nader is toegelicht op grond waarvan de vordering is komen te vervallen. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat met de brief van 14 augustus 2006 bij appellant de gerechtvaardigde verwachting is gewekt dat de gemeente Veendam geen vordering meer op hem heeft. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het verklaarbaar en niet onredelijk is te noemen dat het college heeft gewacht met invorderingsactiviteiten van ten onrechte aan appellant betaalde bijstand.

De uitspraak op rechtspraak.nl