CRvB 1 augustus 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX3741

Eigen bijdrage voor zorg, hulpmiddelen of voorzieningen op grond van de Wmo. De rechtbank heeft ten onrechte geconcludeerd dat de in artikel 1.3 van de Verordening opgenomen delegatie aan het college in strijd is met de wet. Er zijn geen duidelijke aanwijzingen dat de aard van de desbetreffende bevoegdheid zich tegen delegatie verzet. Zoals de Raad al eerder over een met artikel 1.3 van de Verordening vergelijkbare bepaling heeft geoordeeld (zie zijn uitspraken van 17 november 2010, LJN BO6880, en van 22 december 2010, LJN BO9987) is de in die bepaling aan het college gegeven opdracht tot nadere regelgeving niet in strijd met artikel 15, eerste lid, van de Wmo. Bij dit oordeel neemt de Raad enerzijds de tekst van artikel 15, eerste lid, van de Wmo in aanmerking en anderzijds het feit dat de hoogte van de vast te stellen eigen bijdrage wordt begrensd door het op artikel 15, derde lid, van de Wmo gebaseerde artikel 4.1 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning. Gelet hierop verzet de aard van de bevoegdheid zich niet tegen de opdracht tot nadere regelgeving aan het college. Hieruit volgt dat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt, en doende wat de rechtbank had moeten doen, het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond wordt verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen