CRvB 31 juli 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX3329
De door appellant bij wijze van afkoopsom van het pensioenfonds ontvangen middelen komen naar hun aard overeen met inkomsten in verband met arbeid. Het standpunt van het college dat de afkoopsom betrekking heeft op de maand waarin deze is uitbetaald, is niet juist. De afkoopsom heeft betrekking op de periode waarvoor het pensioen geacht moet worden bestemd te zijn. Uit het voorgaande vloeit voort dat het beleid van het college de grenzen van een redelijke wetsuitleg te buiten gaat en dat appellant zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de afkoopsom niet kan worden aangemerkt als inkomen over de maand januari 2008. Gelet op het gegeven dat appellant onweersproken heeft gesteld dat zijn vermogen in januari 2008 met inbegrip van de afkoopsom de voor hem toepasselijke grens van het vrij te laten vermogen niet te boven ging en de gedingstukken geen aanknopingspunten bieden dat de stelling van appellant onjuist is, zal de Raad met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, aanhef en c, van de Algemene wet bestuursrecht het besluit van 9 december 2009 herroepen.