CRvB 16 juli 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX0964
De Minister heeft onder toepassing van art. 1.5 Wsf 2000 appellants beurs voor uitwonenden met ingang van 1 februari 2010 verlaagd naar een beurs voor thuiswonenden omdat appellant heeft nagelaten zijn adresgegevens bij (de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van) de Minister te corrigeren. Raad: Het adresgegeven is een authentiek gegeven in de zin van art. 3b Wet GBA. Uit de Memorie van toelichting bij het ontwerp van wet dat heeft geleid tot de artt. 3b en 3c Wet GBA blijkt dat de wetgever met de desbetreffende wijziging Wet GBA het beginsel van de zogenoemde eenmalige gegevensverstrekking heeft willen invoeren (TK 2005-2006, 30 514, nr. 3, p. 1 en 23). Volgens art. 3c Wet GBA hoeft een ingeschrevene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens zoals appellant aan wie door een afnemer, hier de Minister, een gegeven wordt gevraagd, waarop art. 3b, eerste lid, van toepassing is, dat gegeven niet mede te delen. Art. 9.2 Wsf 2000 dat ook de verplichting bevatte een adreswijziging aan de Minister te melden, was ten tijde in geding niet gewijzigd als gevolg van de invoering van de artt. 3b en 3c Wet GBA. Het adresgegeven zoals dat door de opgave van appellant in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Maastricht was opgenomen is een beschikbaar gegeven in de basisadministratie. Appellant behoefde gelet op art. 146b Wet GBA na 1 januari 2010, gezien art. 3c van die wet dat gegeven dus niet ook aan de Minister op te geven. In zoverre het een adresgegeven betreft als in dit geding aan de orde, is dus door art. 3c Wet GBA de verplichting van de betrokken studerende, vervat in art. 9.2 Wsf 2000, komen te vervallen. De vraag of zich een der uitzonderingen voordoet vermeld in art. 3b, tweede lid, Wet GBA ten aanzien van appellant, dient – blijkens de wetsgeschiedenis - ontkennend te worden beantwoord. (…) Voor zover de adresgegevens waarover de Minister beschikte niet waren aangepast, mocht dit appellant niet worden tegengeworpen, omdat appellant in de veronderstelling mocht verkeren dat hij na 1 januari 2010 door opgave van zijn adreswijziging aan de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Maastricht aan zijn wettelijke verplichting ter zake had voldaan. Derhalve was hij evenmin, overeenkomstig art. 1.5, eerste lid, Wsf 2000, gehouden gevolg te geven aan de brief van de Minister waarin appellant in de gelegenheid is gesteld de afwijking van het adres waarop hij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven, binnen vier weken te herstellen, door alsnog bij de Minister opgave te doen. Bijgevolg kon de Minister, nu appellant de afwijking niet binnen de vermelde periode had hersteld, niet op rechtmatige wijze gebruik maken van de in het tweede lid van die bepaling verleende bevoegdheid de aan appellant toegekende beurs om te zetten in een beurs voor een thuiswonende studerende. Aangevallen uitspraak vernietigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl