CRvB 3 juli 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX0220
Toekenning bijstand. Ingangsdatum. In de gedingstukken zijn geen aanknopingspunten te vinden voor de stelling van appellant dat hij zich al op 4 november 2008 bij het UWV heeft gemeld. De toepassing van de beleidsregels van het college is pas aan de orde nadat een melding is gedaan of anderszins actie is ondernomen die het college noopt tot het innemen van een aanvraag om bijstand, tot het ambtshalve verlenen daarvan of tot het verlenen van een voorschot daarop. Van die situatie is hier geen sprake. Voor elke specifieke uitkering is in principe een afzonderlijke aanvraag vereist. Appellant heeft op 9 december 2008 niet ondubbelzinnig te kennen gegeven een aanspraak op bijstand geldend te willen maken. Appellant heeft zijn standpunt dat hij in de periode voorafgaand aan zijn aanvraag wegens psychische problemen niet in staat was om zijn zaken te regelen of een aanvraag ingevolge de WWB in te dienen, niet met objectieve medische gegevens onderbouwd. Voorts heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat, zo er al belemmeringen waren voor het indienen van een aanvraag, hij geen derde zou hebben kunnen inschakelen om namens hem een aanvraag in te dienen. Het beroep dat appellant heeft gedaan op beleid van andere gemeenten met betrekking tot het verlenen van bijstand met terugwerkende kracht faalt evenzeer.