CRvB 26 juni 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW9784
Medeterugvordering. Gezamenlijke huishouding. Wederzijdse zorg. Uit beschikbare gegevens volgt dat er met betrekking tot de onderhavige verzekeringspolissen steeds sprake is geweest van een zekere financiële verstrengeling. Door het afgeven van een machtiging voor elkaars bankrekening wordt blijk gegeven van de wil om zorg te dragen voor elkaar. De voorgenomen zorg in verband met mogelijk overlijden van een ander is ook aan te merken als wederzijdse zorg. Het verlenen van mantelzorg wijst op het verlenen van wederzijdse zorg en daarmee op een gezamenlijke huishouding. Uit de feiten en omstandigheden blijkt dat van een zakelijke verhuurder/huurderrelatie geen sprake is. De feiten en omstandigheden duiden op een, in een zakelijke relatie ongebruikelijke, verbondenheid en op een mate van verantwoordelijkheid voor elkaar die de grenzen van een zakelijke relatie overschrijden. Het beroep van appellant op het arrest van het gerechtshof te Arnhem waarbij hij is vrijgesproken van de hem ten laste gelegde valsheid in geschrifte en opzetheling slaagt niet. Het college was bevoegd de over de in geding zijnde periode gemaakte kosten van bijstand mede van appellant terug te vorderen. Geen sprake van verjaring.