CRvB 13 juni 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW8656

Appellante, geboren in 1952, is rolstoelafhankelijk en vrijwel blind. Appellantes aanvraag om een voorziening in de vorm van een hoog persoonlijk kilometerbudget (hoog pkb) is afgewezen. Raad: De in het Protocol neergelegde toekenningscriteria gaan de grenzen van een redelijke beleidsbepaling niet te buiten. I.c. is niet aannemelijk geworden dat appellante op grond van objectieve medische en ergonomische redenen niet in staat zou zijn om al dan niet met begeleiding met de trein te reizen. Het ontbreken van aangepaste sanitaire voorzieningen in treinen en op sommige stations maakt niet dat appellante is aangewezen op een hoog pkb, nu er volgens vaste rechtspraak van de Raad (CRvB 31 maart 2006, LJN: AV8198) van uitgegaan wordt dat op een substantieel aantal stations, die geografisch ook voldoende zijn gespreid, wel dergelijke sanitaire voorzieningen aanwezig zijn. Ook de stelling van appellante dat er geen begeleiding beschikbaar is om met haar mee te reizen leidt niet tot een ander oordeel. In het licht van de beperkte strekking van het Protocol ligt het op de weg van de betrokkene zelf om te zorgen voor een begeleider. (…) Ingevolge vaste rechtspraak van de Raad (CRvB 21 oktober 2009, LJN: BK1226) wordt er van uitgegaan dat, uitzonderlijke gevallen daargelaten, op een substantieel aantal stations, die geografisch ook voldoende zijn gespreid, assistentie door NSR mogelijk is. In voormelde uitspraak van 31 maart 2006 is gedoeld op gevallen waarin het dichtstbijzijnde station met de mogelijkheid van assistentieverlening door NSR op een grote afstand van de woon- of verblijfplaats van de betrokken gehandicapte is gelegen. In het onderhavige geval is wellicht sprake van een meer dan gemiddeld aantal kilometers in het natraject van appellante, maar daar staat tegenover dat appellante zelf op een relatief geringe afstand van een station met assistentieverlening door NSR woont. Daarnaast heeft de gemachtigde van Argonaut ter zitting onweersproken gesteld dat uitgangen van Arriva-treinen gelijkvloers zijn met de perrons op de stations in Friesland zodat appellante in ieder geval samen met een begeleider in staat moet worden geacht zonder assistentieverlening de trein te kunnen verlaten. Ten slotte is ook niet gebleken van andere omstandigheden die er toe leiden dat in het onderhavige geval sprake is van een zodanig bijzondere situatie dat zou moeten worden afgeweken van het Protocol..

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen