CRvB 23 mei 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW6316

Anticumulatie, intrekking, toekenning en terugvordering. Het Uwv heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat appellant werkzaamheden heeft verricht in de onderneming(en) van zijn echtgenote. Appellant heeft het Uwv nimmer op de hoogte gesteld van (de daadwerkelijke inhoud en omvang van) zijn werkzaamheden, zodat sprake is van schending van de inlichtingenplicht. De schatting van het Uwv van de omvang van de werkzaamheden is niet onredelijk. De werkzaamheden van appellant dienen te worden aangemerkt als arbeid van economische betekenis en met een aantoonbare loonwaarde. Het inkomen van appellant moet in de relevante periode ten minste gelijk worden gesteld met het inkomen dat door de onderneming(en) aan zijn echtgenote werd betaald. Appellant moet in de periode in geding voor minder dan 25% arbeidsongeschikt in de zin van de WAZ worden geacht. De anticumulatie en intrekking houden in rechte stand. Ook de toekenning van een WAZ-uitkering aan appellant houdt stand, nu appellant tijdens zijn verhoor heeft verklaard te stoppen met zijn werkzaamheden. Het Uwv was gehouden tot terugvordering over te gaan. Ook het terugvorderingsbesluit houdt stand, nu de hoogte van het terug te vorderen bedrag niet is betwist en zogeheten dringende redenen niet aan de orde zijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen