CRvB 11 mei 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW5829

Bijdrage ZVW is op goede gronden opgelegd. Verdragsgerechtigde, woonachtig in het Verenigd Koninkrijk. Woonlandfactor. Dubbele betaling voor de kosten voor zorg. Het feit dat de zorgverstrekking in het Verenigd Koninkrijk wordt gefinancierd via de algemene middelen, zodat appellant als belastingplichtige daaraan heeft bijgedragen, is een interne zaak van het Verenigd Koninkrijk, die niet tot de conclusie kan leiden dat Cvz door een bijdrage te heffen het recht van appellant om vrij op het grondgebied van de Lidstaten te reizen en te verblijven schendt. Daarbij merkt de Raad nog op dat uit artikel 33, tweede lid, van Vo 1408/71 voortvloeit dat voor zover er sprake is van dubbele premieheffing of soortgelijke inhoudingen, deze in het woonland niet invorderbaar zijn. De Raad heeft in zijn uitspraak van 26 augustus 2009, LJN BJ6362 geoordeeld dat bij de toepassing van de woonlandfactor geen sprake is van een overduidelijke onevenredigheid bij de ongelijke behandeling van bijdrageplichtigen zoals appellant en in Nederland woonachtige premieplichtigen. Dat appellant sedert de inwerkingtreding van de nieuwe Verordening (EG) nr. 883/2004 per 1 mei 2010 ook zonder toestemming van het orgaan van het woonland (AWBZ-)zorg in Nederland kan inroepen, is eerder een vergemakkelijking dan een beperking van het vrij verkeer van burgers binnen de Europese Unie. De stelling van appellant dat hij door de inhouding van de bijdrage AWBZ wordt belemmerd in zijn vrije verkeer volgt de Raad derhalve niet. De Raad is ook overigens in het onderhavige geding niet gebleken van een vorm van ongelijke behandeling van appellant door Cvz welke onverenigbaar zou zijn met enige bepaling van communautair en/of internationaal recht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen