CRvB 20 april 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW3706
Anticumulatie, gevolgd door intrekking WAO-uitkering. Maatvrouwomvang en maatvrouwfunctie. Verpleeghuisarts (in opleiding). Overwerk gecompenseerd volgens het principe “tijd voor tijd”. Dat dit aldus gecompenseerde overwerk volgens CAO-bepalingen uitbetaald had moeten worden, brengt niet mee dat de uit de CAO voortvloeiende aanspraak als inkomensbestanddeel moet worden meegenomen bij de vaststelling van haar maatvrouwinkomen. Immers niet het CAO-loon, maar het feitelijk overeengekomen (lagere) loon, is bepalend en appellante heeft daarmee, afgaande op de beschikbare gegevens, waaronder een aantal overgelegde salarisstroken, kennelijk genoegen genomen Dat het door appellante verrichte overwerk nadien, toen zij na haar uitval haar eigen werk weer hervatte, wel conform de CAO werd uitbetaald en dat deze inkomsten vervolgens als inkomsten zijn meegenomen bij de toepassing van artikel 44 van de WAO, maakt niet dat de voorheen wel gewerkte maar niet in de vorm van geld beloonde overuren dan ook in het maatvrouwinkomen dienen te worden verwerkt. Terugwerkende kracht toepassing gegeven aan art. 44 WAO. Beleid terzake op consistente wijze toegepast.
De uitspraak op rechtspraak.nl