CRvB 17 april 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW3246

Waarschuwing. Er is geen grond voor de conclusie dat het college appellant voor Springplank heeft aangemeld met een ander doel dan appellant naar betaald werk toe te leiden. Hieruit volgt dat het college niet heeft gehandeld in strijd met het verbod van détournement de pouvoir. Maatregel, verlaging bijstand met 50% gedurende een maand. Door niet bij de DSW te verschijnen heeft appellant niet voldaan aan zijn verplichting om gebruik te maken van het door het college aangeboden traject. Dit valt appellant volledig te verwijten. Uit de beschikbare gegevens blijkt niet dat van appellant niet kon worden gevergd de aangeboden voorziening, in de vorm van Springplank, te accepteren. Van schending van het verbod op verplichte arbeid als bedoeld in artikel 4 van het EVRM en in artikel 8 van het IVBPR is niet gebleken. Maatregel, verlaging bijstand met 50% gedurende twee maanden. Dat met Springplank tevens wordt beoogd fraude tegen te gaan, en in zoverre zou moeten worden beschouwd als een oneigenlijk re-integratie-instrument, is niet terug te vinden in de omschrijving van het doel en de doelgroep van dit traject. Door niet bij de DSW te verschijnen heeft appellant niet voldaan aan zijn verplichting om gebruik te maken van een door het college aangeboden traject. Dit valt appellant volledig te verwijten. Het enkele feit dat de hier in geschil zijnde gedraging heeft geleid tot een maatregel van 50% gedurende twee maanden, in plaats van één maand, omdat sprake was van recidive, leidt niet tot het oordeel dat de verplichting in strijd is met artikel 4 van het EVRM en artikel 8 van het IVBPR.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen