CRvB 3 april 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW1997
Tussenuitspraak. Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering. 1) Aan het bestreden besluit ligt ten grondslag dat appellanten het college niet hebben gemeld dat zij inkomsten hebben ontvangen uit de in- en verkoop van auto’s. Door geen melding te maken van de transacties hebben appellanten de op hen rustende inlichtingenverplichting geschonden. Niet aannemelijk gemaakt dat in het geval appellanten wel aan hun inlichtingenverplichting zouden hebben voldaan, zij over die maanden recht op (aanvullende) bijstand hadden gehad. De omstandigheid dat appellanten door de politierechter zijn vrijgesproken van het hen ten laste gelegde, doet aan het voorgaande geen afbreuk. De bestuursrechter is in het algemeen niet gebonden aan hetgeen door de strafrechter is geoordeeld. 2) Het beleid van het college dat een auto waarvan het kenteken langer dan drie maanden op naam van een betrokkene staat, wordt aangemerkt als een auto voor privégebruik, is niet toegepast. Het bestreden besluit, voor zover dat ziet op de maanden waarin transacties hebben plaatsgevonden met auto’s die langer dan drie maanden op naam van appellant hebben gestaan, ontbeert een deugdelijke motivering. Om die reden komt het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking. De Raad draagt het college op om het gebrek te herstellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl